Rechtbank Utrecht 3 juli 2009 (kleinkind-onbereikbaar.nl), LJN BJ1409

Gedaagde exploiteert website kleinkind-onbereikbaar.nl, waarop grootouders worden uitgenodigd persoonsgegevens van hun kleinkinderen in te vullen in een poging om verbroken contact weer te herstellen. Gegevens van eisers en hun kinderen staan op die website.Eeen verzoek om de gegevens te verwijderen heeft tot niets geleid.

Art 6:196c is niet op deze dienstverlening van toepassing, omdat het hier om privacybescherming gaat, en dat valt onder de Wbp.
Gedaagde moet als de verantwoordelijke in de zin van artikel 1 sub d Wbp worden aangemerkt. Immers, ook als de grootouders degenen zijn die de persoonsgegevens invullen en gedaagde de verantwoordelijkheid daarvoor uitdrukkelijk bij die grootouders heeft gelegd, dan nog geldt dat gedaagde het doel – dat is vermeld op de website – en de middelen voor de verwerking van die gegevens vaststelt. Bovendien blijkt dat gedaagde actief de toegang tot het besloten deel van de website, waar de te publiceren gegevens worden ingevoerd, controleert zowel door het “toetsen” van de motieven van de grootouders als door het verstrekken althans faciliteren van een inlogcode.

Gedaagde heeft aangevoerd dat de gegevens niet door hem maar door de grootouders zijn ingevoerd, maar dit verweer faalt. Hij heeft immers zelf de grootouders daartoe uitgenodigd hoewel hij wist of had kunnen en moeten begrijpen dat de persoonsgegevens van de kleinkinderen en hun ouders daarmee onrechtmatig gepubliceerd zouden worden. Weliswaar heeft hij de grootouders er uitdrukkelijk op gewezen dat het ging om persoonsgegevens, maar nu hij daar verder niets aan heeft toegevoegd, is niet aannemelijk dat de grootouders de portee daarvan hebben begrepen, terwijl gedaagde dat als verantwoordelijke in de zin van de Wbp wél had kunnen en moeten begrijpen, mede gezien die genoemde uitdrukkelijke instructie aan de grootouders. Het invoeren van de gegevens door de grootouders dient derhalve voor rekening en risico van gedaagde te blijven.

Het recht van gedaagde op een vrije meningsuiting moet hier derhalve wijken voor het recht van de kleinkinderen en hun ouders op bescherming van hun privacy.